Deze dag een kort ritje, 52 mijl om precies te zijn. We hebben een boerencamping in de buurt van Betws-y-Coed uitgezocht. Deze stond zowel in het boekje van de ANWB als die van de Caravanclub. Er wordt gewaarschuwd voor een steil entree bij de camping. Als je het zelf niet redt dan moet je eerst bellen en dan haalt de boer je caravan naar boven. Spannend! Maar als je de postcode van het ANWB-boekje inklopt dan kom je dus niet bij dat steile weggetje. Nee, dan laat hij je één afslag eerder rechtsaf slaan en dan kom je op een weggetje wat zeker zo steil klimt, met hagen tot boven de caravan en links en rechts 2 cm speling. Ook het wegdek wordt er niet beter op en als je dan na zo’n mijltje of twee bij een boerderij staat en er geen tent of caravan is te bekennen, dan komt er een vrolijke boer naar buiten en vraagt onmiddellijk : je zoekt de camping , zeker ? Ja, die navigatie-apparatuur stuurt ze allemaal de verkeerde kant op. Maar gewoon doorrijden, dan kom je bij een hek, daar moet je door en dan krijg je nog een hek en dan is de camping links. Zo gezegd, zo gedaan. Over een karrespoor door het weiland met de koeien, door het tweede hek en dan naar links. Alleen naar links lukt nog geeneens met een auto, laat staan met een caravan. Dus eerst een stukje naar rechts, zwaar heuvelafwaarts en dan terugsteken. Toen dat gelukt was kwam de campingeigenaar ons enthousiast begroeten. Nee, we waren zeker niet de eerste die zo kwamen en wij zouden ook zeker niet de laatste zijn. Na kamp gemaakt te hebben, d.w.z. caravan op zijn poten, elektriciteit aangesloten, tv die het doet, voortent eraan, gingen we op pad richting Llandudno. Dit is een echte Engelse badplaats met al die monumentale, Victoriaanse panden waar hotels in zitten aan de boulevard en een pier van zo’n 800 meter lang. Eerst de honden maar eens aan het strand van kiezelstenen en dan de pier op. De meeste panden staan er mooi bij, maar er is ook de nodige vergane glorie. In de winkelstraten zit alles in oude panden dat is best wel gezellig. Op de pier Fish en Chips gegeten, nou zo’n lekkerbekkie dat lusten de honden wel. Wat ook zo leuk is in Engeland dat je overal “herinneringsbanken” vindt. Dat zijn hardhouten banken, meestal van English Oak, waar dan een naamplaatje op staat aan wie de bank moet herinneren. Ook op de pier staat om de tien meter zo’n bank en allemaal hebben ze een plaatje met de naam of namen voor wie de bank is bedoeld. Als ik dan ook lekker uitgerust weer opsta, dan bedank ik mrs. Jones of Pamela hartelijk voor het aangenaam verpozen. Na de verkenning van Llandudno ging de reis naar Conwy, een vestingstad met een mooi kasteel en vestingmuren. Over die muren hebben gewandeld en dat geeft toch wel een apart gezicht op zo’n stadje. Na erom heen gewandeld te hebben er ook nog maar even door en Anita heeft daar gin en tonic gekocht want je moet wel een beetje in de mood blijven, nietwaar? Terug op de camping ben ik toch maar weer op de oude vertrouwde maltwhiskey terug gevallen, terwijl Anita nu eten kookt onder het genot van gin-tonic en ik inspiratie haal uit een glaasje Caol Ila, 12 jaar oud. Terwijl ik dit typ onder de voortent, blaten de schaapjes, zingen de vogels en tikt de regen zachtjes op het doek. Als het goed is heeft deze camping douches, dus daar gaan we vanavond maar eens onder. Mij benieuwen wat er daar nu weer aan mankeert. Er is namelijk bij elke douche bij elke camping wel iets aan te merken. Het gaat nu te ver om alles op te sommen, maar dat de ontwerpers van campingdouches en campingtoiletten er zelf nooit gebruik van maken, dat staat voor mij als een paal boven water. Morgen maar eens kijken of Betws-y-Coed een wifi-point heeft en kan ik deze tekst weer toevoegen aan de blog. Vanavond vast de foto’s op de laptop en de Ipad zetten, dan kunnen die er morgen ook bij. Dat kost trouwens nog de meeste tijd, het uploaden van de foto’s. Gemiddeld ben ik zo’n twintig minuten alleen al kwijt aan deze bezigheid.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten